Bruine kikker

Beschrijving

De bruine kikker (Rana temporaria) is een middelgrote vrij robuuste kikker met een stompe snuit. Hij heeft een kleine zachte graafknobbel op zijn achterpoot (veel kleiner dan de helft van de 1e teen). Hij is variabel van kleur (bruin, roodbruin, geelbruin, grijsbruin, etc.) met een patroon van donkere vlekken en een lichte gemarmerde buik. En hij kan tot 11 cm groot worden.

Verspreiding en leefwijze

De bruine kikker komt voor in tal van watertypen, mits deze zonbeschenen, ondiepe oeverzones bevatten. Deze oeverzones zijn belangrijk voor de voortplanting. De bruine kikker kan worden aangetroffen tot in stedelijke gebieden en behoord tot de meest algemeen voorkomende amfibieënsoorten in Nederland. Voor een goed landbiotoop is de aanwezigheid van bosjes en ruigten in een kleinschalig landschap van groot belang.
De eiklompen worden in maart afgezet Dit gebeurt vaak met enkele tientallen klompen tegelijk op slechts enkele vierkante meters. De mannetjes van de bruine kikkers maken daarbij een zacht, brommend geluid. Na de voortplanting gaan de volwassen dieren al weer snel het land op. Bruine kikkers overwinteren zowel op het land als in het water.

Bescherming

De soort heeft de status ‘thans niet bedreigd’ in de Rode Lijst (Staatscourant, 2009 cf. van Delft et al., 2007). De bruine kikker is in tabel 1 van de Flora- en faunawet opgenomen. De bruine kikker is ook opgenomen als beschermde soort in bijlage 3 van de conventie van Bern.

Methode van monitoren

De bruine kikker is samen met de heikikker de eerste kikker, die in het voorjaar aan voortplanting begint. In maart kunnen roepende mannetjes waargenomen worden. Ook de eiklompen zijn dan te vinden. Deze zijn vaak makkelijk te tellen omdat de eiklompen op warme ondiepe plekken worden afgezet en aan de oppervlakte drijven. April en mei zijn de beste maanden om de larven te zoeken. Vanaf eind juni kunnen de pas gemetamorfoseerde kikkertjes, soms massaal, aan de oevers worden gevonden.

  • avondtellingen van kooractiviteit bij het voortplantingswater (maart)
  • avondtellingen van volwassen dieren in het voortplantings-water (maart)
  • tellen van eiklompen (maart t/m begin april)
  • zoeken van larven (mei t/m juni)
  • zoeken van pas gemetamorfoseerde kikkertjes (juli)

Bron Ravon.nl